Rassendagen
Begin november is iedereen weer uitgenodigd om bij de pootgoedhandelshuizen het rassenpakket te bewonderen. Oude gevestigde rassen maar ook de nieuwste innovaties worden tentoongesteld. Daarbij horen ook de rassen die we tegenwoordig met allerlei moderne aanduidingen in de markt proberen te zetten. Robuustheid, weerbaarheid en low input komen vaak voor in de omschrijvingen. Naast een betere resistentie tegen ziekten en plagen worden deze rassen ook in de markt gezet omdat ze sterk zijn in stress situaties zoals droogte en hitte. Ook een lagere stikstofbehoefte past in dit rijtje. Los van de regelgeving op het gebied van stikstof presteren de nieuwe rassen beter bij een lagere stikstofgift.
Betrouwbare toetsen
Voordat een ras geïntroduceerd wordt heeft het een uitgebreide beproeving ondergaan. Meerjarige proeven op diverse grondsoorten en klimaatzones dragen bij aan de betrouwbaarheid van het nieuwe ras. Om aan te sluiten bij de moderne stikstof wetgeving worden de proefvelden op een aantal kweekbedrijven bemest met lagere giften dan vroeger. We hebben het voor de consumptie velden over 150 tot 175 kg stikstof per hectare. Pootgoed vermeerderingen blijven vaak onder de 100 kg stikstof per hectare. De selectie vindt dus plaats onder deze omstandigheden.
Ras- en teeltbeschrijving
Als afsluiting van deze testperiode wordt er door de kweekbedrijven zowel een rasbeschrijving als een teeltadvies opgesteld. In een rasbeschrijving worden alle ras-karakteristieken uitgelegd en in een teeltadvies wordt de teelthandleiding omschreven. Deze adviezen zijn afhankelijk van de lokale omstandigheden. Bij de introductie in de markt is deze handleiding opgesteld om grote teleurstellingen te voorkomen. De details komen tot stand in de eerste jaren van de introductie.
De introductie
Een nieuwe ras wordt meestal op kleine schaal, met een paar hectare per teler geïntroduceerd. Telers die standaard meer dan 200 kg stikstof strooien moeten bereid zijn een nieuw ras met een lagere stikstofbehoefte op een andere wijze te telen. In een ideaal groeiseizoen komt de stikstof gedurende het seizoen in kleine hoeveelheden beschikbaar voor de plant. Teveel stikstof aan de basis geeft te veel en te slap loof wat voor de instandhouding veel energie kost. Daarnaast geen gaat het ten koste van de knolzetting. Groeipieken later in het seizoen veroorzaken doorwas, groeischeuren, hol en een kwetsbaar gewas. Denk hierbij ook aan slap loof wat met een harde wind kan breken en er invalspoorten ontstaan voor o.a. Sclerotinia. Aardappelen zijn gebaat bij een volledige loofbedekking met stevig loof wat lang groen blijft. Te vroeg stress in het aardappelgewas maakt het vatbaar voor ziekten zoals Alternaria.
Toekomst bestendige rassen
Rassen met een lage stikstofbehoefte hebben een sterk wortelgestel en ontwikkelen onder schralere (met minder stikstof) omstandigheden voldoende loof om een hoge productie te halen. Meestal zelfs een hogere opbrengst dan de rassen met een hoge stikstofbehoefte. Ook de andere eigenschappen zoals knolzetting, onderwatergewicht, smaak, kooktype en bakkleur geven bij een lage stikstofgift het gewenste resultaat. Een andere positieve ontwikkeling is dat de moderne rassen vroeger afrijpen (vroegheid een 6 of hoger) waardoor het oogst risico kleiner wordt. Bij een pootdatum rond 1 mei produceren ze in 120 tot 140 groeidagen de gewenste opbrengst. Telers kunnen hierdoor onder goede omstandigheden rooien waardoor minder schade ontstaat aan de structuur van de bodem. Vroeger oogsten geeft de mogelijkheid om onder goede omstandigheden een groenbemester of een graangewas te zaaien. Rassen van de toekomst geven de teler de mogelijkheid aardappelen te telen met minder risico op een debacle.



Eén reactie
We are currently seeking companies like yours for a potential long-term partnership. Could you kindly share your product offerings along with pricing details? Please contact me on WhatsApp: +44 790 462 9452