De aardappelteelt vraagt om ambachtelijk aandacht

Een complex aantal factoren veroorzaken in het huidige groeiseizoen een groot verschil tussen de percelen aardappelen. Naast de genetische eigenschappen van het ras spelen zowel het vorige groeiseizoen(2022), de bewaaromstandigheden, als de bewerkingen van rooien tot poten een rol. Maar daarnaast zijn ook de voorvrucht, de bodemcondities, bemesting, planttijdstip en de groeiomstandigheden redenen die het verschil maken. In het seizoen 2023 hebben een aantal specifieke factoren een cruciale invloed op de groei van het aardappelgewas.

Het ras

Binnen het rassenpakket spreken we van zeer vroege- tot zeer late rassen. Vroege rassen kenmerken zich door een snelle ontwikkeling en knolzetting, maar ook door een kort groeiseizoen. Bij de vroege rassen is de opbrengst vroeg in het seizoen hoger dan bij de late rassen. Bij een lang groeiseizoen zullen de late rassen de vroege overtreffen in opbrengst. Tussen de rassen is er een groot verschil in kiemrust. Dit beïnvloedt de groeikracht in het opvolgende seizoen. Het pootgoed wordt tijdens een lang bewaarseizoen regelmatig afgekiemd. Deze bewerkingen geven een fysiologisch oude poter waardoor de groeikracht afneemt.  Vroege rassen met een korte kiemrust zijn extra gevoelig voor de vorming van onderzeeërs.

Vroege bloei, weinig loof, typisch voor 2023

Fysiologische verschillen van het pootgoed

Een gezond perceel pootgoed, gegroeid onder normale bodem-, bemesting- en weer condities, is de basis voor een goed resultaat. Een perceel pootgoed wat op een natuurlijke wijze is afgerijpt, huidvast en onder goede condities zonder beschadiging is gerooid, geeft de teler in het algemeen weinig zorgen in de bewaring. Een partij die snel wordt droog geblazen en een goede wondhelingsperiode heeft ondergaan is klaar voor de bewaring. We hebben het hier over pootgoed met een normale fysiologische leeftijd. Echter seizoen 2022 kenmerkte zich door extreme condities met hoge temperaturen waardoor het pootgoed fysiologisch oud naar binnen is gereden. Op percelen met een slechte structuur en te hoge stikstofgiften zullen de verschillen tussen de knollen het grootst zijn.

Het aantal bewerkingen maken een verschil

Aardappelen hebben in de bewaring verse lucht nodig om in goede conditie te blijven. De knollen verliezen het minste gewicht wanneer ze bij een constante temperatuur worden bewaard. Zowel bij een te koude (0-3 graden) als bij een te warme temperatuur (>10 graden) verliezen de knollen door een snellere ademhaling extra gewicht. Tijdens het sorteren of andere bewerkingen ondergaan de knollen temperatuurverschillen. Hierdoor kan er condens optreden wat de kans op zilverschurft vergroot. Daarnaast is uit het ketenproject naar voren gekomen dat iedere val er één te veel is en daardoor de groeikracht van de knol verslechterd. Vanaf het rooien tot het poten vallen de poters van de éne naar de andere band of van éne naar de andere kist met kans op beschadiging.

Van teler naar teler

Het ketenproject is hier duidelijk over. Dit is een zeer kritische periode voor de poters. En dan hebben we het niet over de levering in de juiste maatsortering. Het gaat er om of partijen vrij zijn van rot, de aardappelen met voldoende zuurstof zijn opgewarmd, er valbrekers aanwezig zijn in de keeper of vrachtwagen en de knollen tijdens het transport droog blijven. Bij ontvangst van de aardappelen verdienen de aardappelen goede bewaaromstandigheden. Niet in een big bag of op de keeper maar in bewaarkisten met voldoende ventilatie en bij een constante temperatuur.

Condities tijdens de consumptieteelt

Je kunt geen tijdschrift openslaan of het gaat over het bouwplan, groenbemesters en bodemverdichting. Allemaal hele belangrijke onderwerpen die van grote invloed zijn op de aardappelteelt. Het “inkuilen” van een dik pak groenbemester kan een storende laag opleveren. Chemisch doodspuiten van een graszode geeft kans op groeischeuren. Maar in het algemeen geven een goed gekozen voorvrucht en groenbemester een prachtig aardappelgewas. Een goede structuur zorgt voor voldoende zuurstof en voorkomt het verstikken van de poter.

Onderzeeër

Seizoen 2023

Dit voorjaar was het lang koud en de bodem te nat om te kunnen poten. Op bonte percelen waren de hoge gedeelten al droog maar de lage plekken nog te nat. Soms was de korst erg hard. Uiteindelijk is er in veel gevallen extreem laat gepoot. Daarnaast hebben veel van de hierboven beschreven negatieve factoren samen, voor de huidige extreme situatie gezorgd. We zien een onregelmatige opkomst met rotte poters en onderzeeërs. De fysiologisch oude poters hadden niet de kracht meer om boven te komen en zijn overgegaan tot knolvorming. Fysiologisch oude poters geven minder loof en een gewas dat, voordat het gesloten is, al in bloei staat. Voldoende regen en gematigde temperaturen kunnen nog voor wat herstel zorgen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *