
- 06-30589690
- jacob@eisingadvies.nl

De pootgoedsector ziet een sterke toename van verlagingen in de nacontrole, vooral door virus Y en bladrolvirus. Dit hangt samen met structurele veranderingen in de vermeerdering:
– De klassieke stammenbedrijven zijn grotendeels verdwenen; miniknollen domineren.
– Veel PB1–PB3-materiaal wordt niet meer gekeurd en een substantieel deel onder doek geteeld, waardoor raszuiverheid en virusstatus minder goed worden bewaakt.
– Door snelle vermeerdering en eigengebruik ontstaat een groot volume pootgoed dat nooit officieel is gecontroleerd.
– Nieuwe rassen worden toegelaten zonder volledige virusbeoordeling, en sommige rassen zijn tolerant: ze tonen weinig symptomen maar kunnen wel virus verspreiden.
– Zachtere winters vergroten de overlevingskansen van virusbronnen.

Het bijzondere voorjaar zorgt dit jaar voor veel primair virus zieke planten in de aardappelvelden. Een aantal rassen zijn resistent maar de meeste grote rassen zijn in meer of mindere mate vatbaar voor Y-virus. Daarnaast verschillen de rassen in gevoeligheid waardoor het virus niet altijd goed is te zien. Primair geïnfecteerde planten vertonen vaak andere symptomen dan secondaire zieke planten. Wanneer een geïnfecteerde knol opnieuw als pootgoed wordt gebruikt krijg je opnieuw een zieke plant. Zieke knollen kunnen in sommige rassen typische groeischeuren vertonen. YNTN gevoelige rassen geven necrotische plekken op en in de knol. Met name knollen van vroeg geïnfecteerde planten kunnen in de nateelt onder minder gunstige groeiomstandigheden (droogte en hitte) zorgen voor een afwijkende sortering en een lagere opbrengst.